5.0 FAQ

Disclaimer: bij de FAQ’s zitten veel tips gebaseerd op de ervaring van ruiters. Dit kan natuurlijk voor jouw paard anders zijn. Blijf altijd goed naar je paard kijken en schakel bij twijfel altijd een professional in zoals je dierenarts.

Een endurance paard heeft geen wezenlijk ‘ander’ voer nodig dan bij andere disciplines, voldoende ruwvoer zoals kuilgras of hooi is altijd de belangrijkste basis. Goede kwaliteit en zonder schimmels en stof, eventueel geanalyseerd dan heb je een goede basis om op te bouwen voor het verdere voer regime. Gemiddeld hebben paarden zo’n 2 - 3 kg kuilgras, of 1,5- 2,5 kg hooi, per 100 kg lichaamsgewicht nodig. Let wel op dat je paard, als het minder dan 2 kg krachtvoer per dag eet, voldoende vitaminen en mineralen binnen krijgt. Ruwvoer alleen voorziet niet in de dagelijkse vitaminen- en mineralenbehoefte.

Ruwvoer is de basis van wat je paard eet, vanuit daar geef je verder krachtvoer en supplementen erbij als het nodig is. Ruwvoer voldoet ook aan de kauwbehoefte van paarden en is belangrijk voor het aanmaken van speeksel om de maag te beschermen en voor het verteren van voer. In het wild vasten paarden nooit langer dan 4 uur; de paardenmaag is gewend om een continue stroom van vezelrijke grassen te verteren. Ook voor het psychologische welbevinden van je paard en om maag- en darmstoornissen te voorkomen is ruwvoer van groot belang.

In de VG (vetgate) is het belangrijk dat het paard eet en zijn voorraden bijvult. Hierin is ruwvoer nog steeds erg belangrijk, eventueel zijn er ook ruwvoeren beschikbaar die je moet weken zoals bietenpulp of grasbrok, of ergens bij een stukje gras laten grazen.Geef wat je paard lekker vindt zoals muesli’s, slobbers, evt. bietenpulp. Dit kan op wedstrijd behoorlijk verschillen van thuis, dus soms loont het ook om een buurman of -vrouw lief aan te kijken. Voer daarentegen geen grote hoeveelheden van hetzelfde, dus geen kilo’s krachtvoer geven maar een paar handen +/- van meerdere voersoorten. Proefpakjes zijn hier ideaal voor. Wat lekkers om de honger op te wekken zoals wortels en appels zijn ook vaak een succes. Voorbeelden van wat doorgewinterde ruiters geven zijn: hooi/kuil van huis, Seniores Priores (Subli), SpeediBeet (Pavo), luzerne, Fiber Performance (Dodsen & Horrell), Triple P (Pavo), mixen van slobbers of bietenpulp met wat muesli en luzerne en wortels.

Paarden worden vaak bijgevoerd door middel van granen, wat veel zetmeel bevat als energiebron. Er kan ook olie bijgevoerd worden. Dit moet langzaam worden opgebouwd zodat het verteringsstelsel van het paard eraan went om ook vet te gebruiken als energiebron, wat nuttig wordt op de langere afstanden (80+ km) als paarden moeten interen op hun vetreserves. Voor korte afstanden is het minder van belang. Let goed op welke olie je bijvoert, er zit veel verschil tussen, met name de verhouding van omega 3 en omega 6 vetten; minder omega 3 en meer omega 6 is wenselijk. Vaak worden lijnzaadolie gebruikt. Olie voeren is ook goed voor de vacht, voor paarden die slecht aankomen, maagzweren (bij olie als vervanging voor zetmeel), spierbevangenheid en koliek.

Je kunt het zo gek niet bedenken of er is een supplement voor. Om je paard rustiger te krijgen, meer pit te geven, tegen hengstigheid, om te detoxen, de weerstand te verhogen, de hoeven sterker te maken, de pezen te herstellen, etc. Vaak wordt er een vitamine balancer gegeven, gebaseerd op gemiddelde waarden van ruwvoer in Nederland. Soms is het nuttig om een specifiek supplement te geven, maar eigenlijk kan dit alleen op basis van een uitgebreid voeronderzoek. Let ook goed op wat er precies op de ingrediëntenlijst staat zodat je niet veel geld betaalt voor suiker of andere vullers of gehalten die niet toereikend zijn om effect te hebben.

De belangrijkste bestanddelen van elektrolyten zijn natrium, kalium, chloride, calcium en magnesium. Deze worden vaak in de vorm van zouten genuttigd, zoals gewone keukenzout (natriumchloride oftewel NaCl). Elektrolyten zijn belangrijk voor het goed functioneren van het zenuwstelsel, de spieren en de vertering. Als een paard elektrolytentekort heeft kan dit een nadelige invloed hebben op de prestatie en het herstel. Een tekort bouwt zich op en kan na verloop van langere tijd problemen geven. Als dit gebeurt duurt het ook weer lang om opnieuw in balans te komen. Elk paard in training heeft extra elektrolyten nodig. Likstenen zijn hier niet toereikend voor. Geef nooit ineens veel elektrolyten als het paard het niet gewend is, zoals net voor een wedstrijd. Elke liter zweet bestaat uit 3.5 gr natrium, 6 gr chloride, 1.2 gr kalium en 0,1 gr calcium. Een paard verliest voor elk uur arbeid ongeveer 5 liter zweet, oftewel zo’n 50 gr elektrolyten en meer bij zware arbeid of in warm weer. Elektrolyten kunnen het beste dus dagelijks bijgevoerd worden, het liefst door het voer en iets nat zodat het niet in de voerbak zelf achterblijft. Je kunt het zelf maken door in de verhouding 2:1 tafelzout:LoSalt te geven (er zijn wel indicaties dat hierdoor maagzweren kunnen ontstaan of verergeren) of door elektrolyten voor paarden in de winkel te kopen. Let hierbij wel op de verhoudingen van hoeveelheid zout en suiker en dat er geen bicarbonaat in zit. Wanneer je een elektrolyt kiest, kijk als eerste naar het zoutgehalte gehalte (NaCl). Het product is over het algemeen beter hoe meer NaCl erin zit. Let daarbij erop dat er niet meer dan 5% suiker (vaak dextrose of glucose) in zit, oftewel 5 gr op de 100 gr, anders ben je voornamelijk suiker aan het voeren. Per dosis zou er minimaal 20-30 gr elektrolyt in moeten zitten (zoals bij een spuit).

Dat is erg individueel, sommige zweren bij licht verteerbaar eten zoals kwark en fruit. Anderen bij gekookte eieren of een broodje kaas. en Er zijn ook kant en klare sportgels verkrijgbaar. Het is een kwestie van uitproberen waar je wel energie, maar geen buikpijn van krijgt. Zorg in ieder geval dat je voor, tijdens en na de wedstrijd voldoende eten en drinken bij je hebt. Een paard moet goed eten en drinken, maar de ruiter ook!

Allereerst is het belangrijk om je paard goed te kennen en voldoende te trainen. De gedachte is dat hoe langer het duurt voordat de hartslag zakt, hoe harder het paard heeft moeten werken. Echter, is de hartslag bij binnenkomst meteen een stuk lager dan 60, dan heb je te rustig gereden. Je wilt de gulden middenweg waarbij je binnen een paar minuten met een hartslag van 60 of lager aanbiedt op de vetgate of de klasse 1 finish. Het kan helpen door af en toe met een hartslagmeter te trainen, om inzicht te krijgen hoe je paard herstelt afhankelijk van snelheid, ondergrond en afstand. Je weet dan ook of je het beste de laatste 1 of 2 km kunt stappen of gewoon kunt draven of zelfs galopperen. Koelen met water op de grote aderen zoals bij de hals helpt ook om de hartslag sneller omlaag te krijgen. Soms blijft de hartslag hoog omdat je paard moet urineren, geef je paard hier gelegenheid voor.

Endurancepaarden moeten hard werken. Veel ruiters scheren hun paarden in de winter zodat ze hun warmte bij de training goed kwijt kunnen. en niet teveel afkoelen na het werk. Sommigen kiezen ervoor om gedeeltelijk te scheren, anderen doen het rustiger aan in de winter en scheren helemaal niet. Wanneer paarden (natuurlijke) beschutting en voldoende ruwvoer hebben is het niet altijd nodig om een deken op te doen. Als een paard afvalt, bezweet is of het koud heeft kun je beter een deken op doen.

Hoefijzers zijn niet verplicht binnen de endurance. Vraag wel altijd aan de wedstrijdorganisatie over wat voor ondergrond de routes lopen. Bij stenige ondergrond is een vorm van hoefbescherming wel aan te raden. Blijf goed naar je paard kijken of deze niet kort of pijnlijk loopt zonder bescherming. Hoe langer de afstanden worden, hoe belangrijker hoefbescherming is. Dit kunnen ijzers zijn, maar ook kunststof beslag, plakbeslag of hoefschoenen.

Een paard is niet gemaakt om 24/7 in een box te staan. Om voldoende vrije beweging te krijgen, contact met soortgenoten en ruwvoer is het belangrijk om weidegang aan te bieden aan paarden. Het ideaal wordt gezien als 24/7 weidegang, echter is dit niet altijd realistisch. Bovendien zijn er veel mogelijkheden tussen altijd binnen en altijd op de wei. Belangrijk is dat je paard tevreden is, voldoende beweging krijgt, contact heeft met soortgenoten en een gezond gewicht heeft. Een paar uur weidegang eventueel gecombineerd met paddock tijd, een loopstal, een paddock paradise of een stapmolen werkt vaak ook erg goed. Mocht je de mazzel hebben dat je 24/7 wei tot je beschikking hebt is het belangrijk dat je paard ook genoeg beweging krijgt en niet te dik wordt.

Als je wilt koelen kan dat op groompunten en bij de vetgate of de finish voordat je bij de veterinair aanbiedt. Je kunt bij de groompunten stil staan of rijdend water aanpakken van je grooms. Water wordt vaak in gebruikte melkflessen of wasverzachter flessen gedaan zodat het makkelijk aan te pakken is aan het handvat. Koud water wordt over de hals en soms over de romp van het paard gegoten, overal waar grote aderen aan de oppervlakte lopen. Oefen dit thuis zodat je paard op wedstrijd niet voor het eerst een plens koud water over zich heen krijgt en schrikt. Let ook op als je water over grote spieren zoals de bilspieren giet, deze niet verkrampen of stijf worden.

Het is belangrijk om een goed passend zadel en bijbehorende singel te gebruiken. Een goede zadelmaker of drukmeting kan hierbij helpen. Zorg ook altijd dat je zelf het zadel, singel en dekje controleert of het goed ligt voordat je opstapt. Uiteraard zijn er soms probleemgevallen. Soms is het een kwestie van verschillende dekjes en singels uitproberen en kijken hoe deze bij het paard liggen. Laat in ieder geval regelmatig, liefst jaarlijks, je zadel controleren en let op gevoelige of asymmetrisch droge plekken op de rug na het rijden.

Nee, maar ga er wel altijd overheen met een natte spons om alle vuil eraf te halen en altijd de benen goed voelen naar eventuele beginnend gevulde kogels of wondjes e.d.

Dit is niet specifiek voor endurance maar algemeen management van het (toekomstige)sportpaard. Het is verstandig om altijd 1x per jaar een tandarts erbij te halen, af en toe een goede fysio en dan zelf goed opletten en vragen om punten wat je zelf goed in de gaten kan houden wat betreft zwakke punten bij je paard. Zadels moeten uiteraard goed passen en regelmatig nagekeken worden door een deskundige zadelmaker en dan kun je overwegen om een zadeldrukmeting te laten doen. Een osteopaat kun je erbij halen op het moment dat je het gevoel hebt dat je paard niet helemaal lekker loopt of in z’n vel zit, bijvoorbeeld vreemde stijfheid, struikelen, moeite met buigen aan 1 kant, enz.

Er bestaat een aantal verschillende soorten hoefbescherming voor paarden. Ook binnen de endurance is het meest voorkomende gewone ijzeren ijzers, maar er zijn ook aluminium en kunststof ijzers. Minder voorkomend hier in Nederland maar wat vaak in Amerika gebruikt wordt zijn hoefschoenen. Daar is ook veel verschillende merken te vinden, en er zijn ook ware hoefschoen passers die je hier verder mee kunnen helpen.

Dit is grotendeels een kwestie van smaak van de ruiter en het paard. Ijzers zijn slijtvast, glad (kan een voordeel of nadeel zijn) en worden door de hoefsmid in de hoeven genageld. Kunststof beslag wordt ook in de hoef genageld, slijten sneller dan ijzers maar dempen meer en zijn stroever (ook dit kan een voordeel of een nadeel zijn). Kies je ervoor om geen genageld beslag te willen voor je paard, dan is er uiteraard genoeg keuze in hoefschoenen. De ontwikkeling van hoefschoenen gaat momenteel snel vooruit wat betreft slijtvastheid, gebruiksvriendelijkheid, enz.

Op wedstrijd is het handig om een paar dekens mee te nemen, bijvoorbeeld een zweetdeken in de vorm van fleece of wol, een ongevoerd regendeken en voor de zekerheid ook een licht gevoerde regendeken voor de eventuele koudere dagen.

Hartslagmeters zijn geen must maar hoe langer je afstanden worden in training en wedstrijden is het een goede hulpmiddel met het bepalen van de conditie en herstel van het paard. Je kunt dan gericht rijden op intensiteit van de training. Het kan ook met een standaard stetoscoop of vetcheck, dan kijk je naar de hartslag meteen als je afstijgt en na een aantal minuten weer om te zien hoe snel je paard hersteld. Je weet dan op wedstrijd ook hoe lang je moet wachten voordat je aanbiedt bij de keuring.

Dit is alleen noodzakelijk bij CEI** en CEI*** wedstrijden waar ruiters een minimaal totaalgewicht moeten hebben, lees verder daarover onder desbetreffende pagina.

Vetgates zijn er pas vanaf klasse 2. In de vetgate is voor het paard nodig: voerbakken (meerdere), wateremmers, dekens, halster + halstertouw, sponsen, sponswater en zweetmes, waterkannen of voerscheppen voor het koelen, genoeg voer voor de wedstrijd dag plus genoeg hooi/voordroog en ev vers gesneden gras. Voor de ruiter: stoel, koelbox (eten) drinken, kleding om te wisselen, kleed om languit te kunnen liggen indien gewenst, partytent (fijn bij slecht weer en sterk zon)

Hoofdstel en martingaal e.d. in zeer sterk materiaal, heel veel kleuren en te combineren naar wens. Heel makkelijk om te schoonmaken (kan zo de vaatwasser in)

Er is een breed scala aan speciale endurance broeken, sommige met een zeem zoals fietsbroeken en sommige gevoerd met fleece tegen schuren en doorrijden.

Hier gaat de ontwikkeling ook goed vooruit, veel verschillende ondergoed zonder naden en verschillende materialen

Speciale endurance beugels is met een breed voetbed en soms met extra demping, met of zonder korf, met korf als je het liefst in je sportschoenen wilt rijden.

Het is handig om eerst te hebben geoefend thuis, maak er een paddock van 5m*5m met behulp van paddock paaltjes, je hebt een lagere variant 70cm hoog ?? en een hogere variant 125 cm ?? en schrikdraad, sommigen heb liever lint en sommige liever koord, kwestie van smaak en voorraad… zet het paddock af met lint/koord en hup paard erin met een bak hooi en emmer water. Als dit geen probleem blijkt te zijn doe je gewoon hetzelfde op wedstrijd, uiteraard in overleg met de organisatie en op aangewezen plaats. Hou ook AUB rekening mee dat er niet TE grote paddocks gemaakt wordt, tussen de 3m*3m en 5m*5m is het beste. Het is ook handig als je paard zal overnachten in de paddock, bijvoorbeeld voor en na de wedstrijd om een schrikdraadapparaat op accu mee te nemen, soms is het een beetje onrustig de nacht ervoor en geen probleem de nacht erna.

Het is veel winkels te vinden op Internet, nationale en internationale waar specifiek voor endurance wordt verkocht.

Er is een overvloed van sporthorloges op de markt met GPS en ook met hartslagmeting, een aantal ruiters vinden het heel handig om met een GPS te rijden omdat er snelheid en afstand meteen leesbaar is. Het vergt redelijk wat ervaring om zo de gemiddelde snelheid te kunnen inschatten en zolang dat niet vanzelf gaat is het handig met een GPS.

Je mag bitloos starten in endurance, met bitloos wordt ook hackamore bedoeld en crosslink en touwhalster.

Dit zegt de reglementen; Een paard mag binnen 3 achtereenvolgende dagen aan hooguit 1 endurancewedstrijd deelnemen in de hoogste klasse waarvoor het startgerechtigd is. In lagere klassen mag het paard onbeperkt deelnemen. Maar de meeste ruiters reken 1 rustdag per 10km, dat wil zeggen bij een klasse 2 van 60km - 6 dagen rust, meestal vanaf 80km (kl3) 3 weken rust en voor een kl4 4 weken rust. Belangrijk is, onderschat nooit het belang van genoeg rust na een wedstrijd!!

Het is wel aan te raden, destemeer ervaring je hebt dan kun je misschien zonder groom rijden. Maar voornamelijk in de vetgate is het wel handig om hulp te hebben, het paard moet verzorgd worden en zelf moet je ook aan wat rust komen, beide moet genoeg kunnen eten een even rustig aan doen. Verder ook met de keuringen is het handig om grooms te hebben, onderschat ook niet onderweg met drinkwater voor paard en ruiter en aanmoedigende woorden als het een beetje zwaar wordt!

Alle paarden leert uiteindelijk om te drinken, maar natuurlijk is het grote zorgen op een bloedhete dag in juli op wedstrijd en het paard wil niet drinken… Je kunt altijd proberen of het paard uit plassen wil drinken thuis bij de trainingen en een wat langere ronde inplannen en vragen aan iemand om met een emmer water tegemoet te komen. Sommige ruiters zweren bij slobberwater of bietenpulpwater, en anderen met appelsap erin of met appels en wortels in de emmer.

Wat betreft afkeuring kun je paard op twee punten afgekeurd worden… Op locomotie en op metabool, locomotie is uiteraard het paard is kreupel en metabool is dat het paard moeite heeft om zijn warmte kwijt te raken door of niet fit te zijn of er is teveel gevraagd qua conditie, het hartslag blijft te hoog. Maar er is meerdere parameters, ook darmgeluid en slecht herstel na bijvoorbeeld een “Ridgeway test”

Uiteraard NIET, je kunt met welke paard dan ook een wedstrijd rijden, alleen heb je met een belgisch trekpaard iets andere management nodig dan bij een KWPN’er of Ijslander of Haflinger...

De vetkaart is een erg belangrijke document waar je altijd heel goed voor moeten zorgen. Met regen droog bewaren, een verloren vetkaart is diskwalificatie, op deze kaart wordt voorkeuring, nakeuring en ev. vetgate gegevens ingevuld. Dit zegt de reglementen: Artikel 608 - Veterinaire kaart 1. Elke combinatie ontvangt een veterinaire kaart van de wedstrijdorganisatie. Op de veterinaire kaart worden de bevindingen van de wedstrijd dierenarts genoteerd. 2. Deelnemers zijn verantwoordelijk voor de volledige invulling van de veterinaire kaart en dienen deze te kunnen overleggen. 3. Indien de veterinaire kaart zo beschadigd is, dat deze onleesbaar is geworden, kan uitsluiting volgen. 4. Verlies of het niet inleveren van de veterinaire kaart leidt tot uitsluiting

1. In klasse II, III en IV vinden de veterinaire keuringen plaats in de vetgate. 2. Bij aanbieden van het paard in de vetgate dient de hartslag lager dan of gelijk aan 60 per minuut te zijn alvorens de rest van de keuring plaatsvindt. De deelnemer heeft 20 minuten om zijn paard met deze hartslagfrequentie aan te bieden, en krijgt daarvoor tweemaal de mogelijkheid. 3. Wanneer de hartslagfrequentie bij de tweede maal aanbieden wederom boven de 60 per minuut is volgt uitsluiting. 4. De rijtijd stopt op het moment van aanbieden als de hartslag 60 per minuut of lager is. De rusttijd gaat op dat moment in. De combinatie mag verder rijden als de volledige rusttijd voorbij is. Wedstrijdreglement Endurance versie 2017 pagina 8 van 12 5. Bij de vetgate wordt de volgorde van keuren bepaald door het moment van aanbieden op de vetgate. Bij drukte kan eerst de hartslagfrequentie op volgorde van binnenkomst gemeten worden om daarna de rest van de keuring te doen. 6. De wedstrijd dierenarts heeft de bevoegdheid om van de keuringsvolgorde af te wijken. 7. In de vetarea mogen maximaal twee personen per paard aanwezig zijn. 8. De wedstrijd dierenarts kan op verzoek van de deelnemer een extra veterinaire keuring van het paard uitvoeren 5 tot 10 minuten voor vertrek uit de vetgate, dit heet een herkeuring. 9. Indien de wedstrijd dierenarts een herkeuring wil uitvoeren bij alle wedstrijdpaarden dan dient de rusttijd minimaal 40 minuten te bedragen

Is hier op de site te vinden onder kopje wedstrijden Link… en op de website van de desbetreffende organisatie

Endurancewedstrijden worden gereden in de volgende klassen: Impulsrubrieken Afstand: 20 t/m 39 km Minimum leeftijd paard: 4 jaar Minimum leeftijd ruiter: 7 jaar Klasse I Afstand: 20 t/m 39 km Minimum leeftijd paard: 4 jaar Minimum leeftijd ruiter: 7 jaar Klasse II Afstand: 40 t/m 79 km Minimum leeftijd paard: 5 jaar Minimum leeftijd ruiter: 7 jaar Klasse III Afstand: 80 t/m 119 km Minimum leeftijd paard: 6 jaar Minimum leeftijd ruiter: 12 jaar Klasse IV Afstand: > 120 km Minimum leeftijd paard: 6 jaar Minimum leeftijd ruiter: 12 jaar Kinderen jonger dan 14 jaar moeten onder begeleiding rijden van een mede wedstrijdruiter die op de dag van de wedstrijd minimaal 18 jaar is. De begeleidende wedstrijdruiter mag maximaal één deelnemer begeleiden.

Vanaf klasse 2 start je meestal in een massastart, dat betekent als het startsein gaat iedereen tegelijk start. Dat kan voor sommige paarden erg spannend gevonden worden, maar je hebt de keuze om maximaal 15 min NA het startsein te starten om zo een rustige start van de wedstrijd te hebben.

KNHS stelt tegenwoordig voorwaarden aan het uitbrengen van een hengst, ook in de endurance. Om in endurance met een hengst te mogen starten moet de ruiter minimaal 14 jaar oud zijn en geklasseerd in de klasse 2 – dat houdt in dat je op z'n minst een wedstrijd in klasse 2 goed uitgereden moet hebben. Als beginner kun je je eerste wedstrijden dus niet met een hengst rijden en zul je met een ander paard de promotiepunten bij elkaar moeten sprokkelen.

Om te mogen starten moet het paard een jaarlijkse enting hebben, de laatste enting mag NIET korter dan 7 dagen voor de wedstrijd… Link naar reglementen ??

Naar het buitenland met je paard Hier kom je terecht op de site van de NVWA waar een makkelijke formulier ingevuld kan worden en aan de hand van je antwoorden krijg advies of je een vergunning nodig heeft of niet.

Wanneer je als Nederlander wilt meedoen aan een nationale wedstrijd in het buitenland, heb je hiervoor een licentie nodig. Bij endurance is dat een riding permission of een letter of no objection. Start je alleen in het buitenland? Vraag dan een letter of no objection aan. De resultaten van deze wedstrijden worden dan niet door de KNHS verwerkt. Start je ook in Nederland, vraag dan een riding permission aan. De resultaten van deze wedstrijden worden dan wel door de KNHS verwerkt.

Het aanvragen van een licentie is in 2017 nog kosteloos. Vanaf 1 januari 2018 zijn hier wel kosten aan verbonden, zoals genoemd in de KNHS Tarievenlijst.

Vanaf 1 januari 2018 kunnen riding permissions en letters of no objection alleen nog online worden aangevraagd.

Een licentie is één kalenderjaar geldig en moet per land aangevraagd worden. Je betaalt eenmalig per land en je kunt daarna elk paard in dat land starten. Als je eenmaal in het bezit bent van een licentie voor een bepaald land, dan moet je voor elk volgend paard waarmee je in dat zelfde land wilt starten per mail een aanvraag indienen via endurance@knhs.nl.